Essentie van de resourcegroepenmethodiek

De resourcegroepenmethodiek is erop gericht de autonomie van mensen te versterken en hen in staat te stellen zelf weer regie (naar vermogen) te voeren over de uitdagingen in hun leven. Om dit realiseren, ontvangen zij ondersteuning van een professionele ‘regie-ondersteuner’ die de doelen van de hulpvrager en (het herstellen van) de relatie met zijn netwerk centraal zet. Deze methodiek biedt een gestructureerde aanpak voor het ondersteunen van cliënten bij:

·       het zelf formuleren van problemen, prioriteiten en oplossingen en deze te vertalen naar korte en lange termijndoelen

·       het zelf in kaart brengen van mogelijke resources, zoals het eigen informele netwerk

·       het zelf vormen van een resourcegroep (steunsysteem) door het activeren van resources

o   het contact leggen met de resources uit het eigen informele netwerk

o   het eventueel bespreken en aangaan van onderliggende spanningen (expressed emotions)

o   het betrekken van informele zorg uit de wijk en formele zorg om de nog openstaande vragen op te pakken

·       het zelf organiseren van een resourcegroep-bijeenkomst waarin

o   met de cliënt en zijn resources wordt bekeken hoe de vragen van de cliënt opgepakt kunnen worden

o   de resources uit het netwerk kunnen aangeven wat wel en niet verwacht kan worden van hun inzet

De resourcegroep bestaat uit een groep mensen, uitgekozen door de cliënt, die voor de cliënt belangrijk zijn en die kunnen helpen persoonlijke, zelfgekozen hersteldoelen te bereiken. Dit kunnen familieleden of andere naastbetrokkenen zijn maar ook (familie-) ervaringsdeskundigen, vrijwilligers en professionals. Het belangrijkste kenmerk van de resourcegroepenmethodiek is eigenaarschap en regie van de cliënt. Hij is regisseur van de groep en bepaalt wie er in de groep komt. De methodiek heeft qua visie en op onderdelen overlap met reeds bestaande werkwijzen in het sociaal domein (sociale netwerkversterking, eigen kracht, positieve gezondheid).

Zo mogelijk nog belangrijker dan de structuur is de attitude van de hulpverleners. Die is er op gericht om zo veel mogelijk eigenaarschap en regie bij de cliënt te laten en de rol van de cliënt in zijn eigen netwerk te verstevigen. De acties zijn dan ook daarop gericht in plaats van het ‘overnemen’ van de taken om een doel te realiseren.

Wat is de onderbouwing van de resourcegroepenmethodiek?
De resourcegroepenmethodiek (R-ACT) komt oorspronkelijk uit de GGZ waar het veelvoudig wetenschappelijk onderzocht is. Uit deze onderzoeken blijkt dat deze aanpak succesvol is gebleken voor mensen met psychisch lijden. Op basis van deze bevindingen vormden we de hypothese dat de resourcegroepenmethodiek niet alleen in de GGZ, maar ook in het brede spectrum van het sociaal domein succesvol zou kunnen zijn. Zonder onderscheid te maken in doelgroepen, is er gekeken op welke wijze Amsterdammers met meervoudige/complexe problematiek ondersteund kunnen worden met, naast de formele hulp, ondersteuning vanuit hun eigen sociale netwerk.  

Wetenschappelijk is het bekend dat een belangrijk basis-ingrediënt voor geluk en psychisch welbevinden het ervaren van autonomie en regie is. Ofwel: zelf kunnen bepalen wat je wel en niet doet, controle hebben over jezelf en je omstandigheden en onafhankelijkheid ervaren (Apello, 2013). Belangrijke overige ingrediënten zijn sociale relaties/ het ervaren van sociale steun, zinvolle dagactiviteiten en zingeving (waar doe ik het voor?). Dit blijken belangrijke voorwaarden te zijn om om te kunnen gaan met de uitdagingen in het leven (Huber, 2011).

Hoe wijkt dit af van de huidige aanpak in de zorg?
Ten opzichte van de huidige gangbare vormen van zorg zijn er twee verschillen:

Aansluiten bij het versterken van de cliënt zelf

Er is gebleken dat wanneer er twee of meer ingrediënten ontbreken, mensen doorgaans professionele hulp zoeken. Vanuit de formele zorg is het een gewoonte om mensen te vragen naar hun klachten en te onderzoeken waar iemand last van heeft. Het is echter zinvol om ook meer aandacht te besteden aan de mate waarin de basis-ingrediënten voor welbevinden aanwezig zijn. Voelt iemand zich voldoende vrij en gesteund? Kan hij de dingen doen die hij zinvol vindt?  Wat vindt de cliënt zelf belangrijk? De resourcegroepenmethodiek herkent deze componenten en biedt een manier om ze te integreren in de hulpverlening. Het is een werkwijze die gebaseerd is op het basisprincipe dat mensen zelf een sterke stem hebben in hoe hun herstel er uit dient te zien én dat in eerste instantie gekeken wordt of de cliënt de vraag met steun van zijn eigen netwerk kan oplossen. Daarmee staat het lijnrecht tegenover het aanbodgestuurde clinical governance (‘doctor knows best’).

Ondersteunen in het herstel van het netwerk van de cliënt

Bij veel organisaties heeft het netwerk van de cliënt nu ook een plek in de aanpak. In de praktijk blijkt dat, met name bij complexe problematiek, snel geconcludeerd wordt dat hier geen kansen in zitten. Met de resourcegroepenmethodiek lukt het veel vaker om wel het netwerk op een positieve manier te betrekken.

Stap naar de buurtteams en het stedelijk specialistisch netwerk
Met de aanstaande invoering van de buurtteams en het stedelijk specialistisch netwerk wordt er een organisatorische vorm geboden die het de Amsterdammer makkelijker kan maken om zijn weg naar passende zorg en ondersteuning te vinden. De resourcegroepenmethodiek aan de andere kant biedt werkzame elementen voor professionals om vanuit deze teams inhoudelijk aan te sluiten op de vragen die er spelen. Vragen rondom (eigen) regie, herstelgericht én netwerkgericht samenwerken.

Bevindingen uit de pilot Resourcegroepen Amsterdam
In de periode van november 2018 tot en met maart 2020 zijn er 46 zorgprofessionals vanuit 13 verschillende zorg- en welzijnsorganisaties getraind in het werken volgens de resourcegroepenmethodiek, waaronder maatschappelijk dienstverleners, ambulant ondersteuners en sociaal psychiatrisch verpleegkundigen. Samen hebben zij in totaal 113 Amsterdammers weten te begeleiden volgens deze werkwijze. Maandelijkse intervisies fungeerden als proeftuin om met elkaar de methodiek te ontdekken en eigen te maken. Gedurende de pilot zijn de regie-ondersteuners nauw gevolgd en zijn er resultaten opgehaald middels vragenlijsten en verdiepende interviews. Hieronder een aantal van de belangrijkste bevindingen:

Algemene indruk

Volgens de regie-ondersteuners sluit de resourcegroepenmethode goed aan bij de wensen van deze maatschappij; meer betrokkenheid van cliënten, familie en vrienden bij de weg naar herstel. De beoogde samenwerking tussen het formele en informele netwerk wordt als positief ervaren. We horen regelmatig terug dat de visie voor veel van de deelnemers niet nieuw is, maar dat er in de praktijk weinig mee werd gewerkt. Door de pilot is er onder de regie-ondersteuners meer besef en bewustwording gekomen van de mogelijkheden en kracht van het (herstellen van het) netwerk van de cliënt.

 

Cliënt in regie

De regie-ondersteuners geven aan dat ze hebben moeten omschakelen. Wanneer je de cliënt in regie wilt laten vergt dat een andere houding. “Je moet de reflex direct te willen helpen onderdrukken, en accepteren dat iemand niet in hetzelfde tempo rent als dat jij dat zou doen of kunnen, dat vergt een andere manier van kijken. Wanneer jij de hulpvragen van de cliënt altijd oppakt, gun je iemand als het ware niet zelf zijn problemen op te leren lossen en blijft iemand afhankelijk.”

Betrekken eigen netwerk

We zagen dat de meeste Amsterdammers in eerste instantie terughoudend reageren op de vraag hun nabije omgeving te betrekken bij hun herstel. Wanneer het echter lukt de terughoudendheid te overkomen wordt het betrekken van het netwerk vaak als helpend ervaren. Het netwerk kan de cliënt steun bieden en meer in zijn kracht zetten. Naastbetrokkenen zelf kunnen ook meer steun ervaren en meer kennis van en begrip voor de situatie krijgen. Daarbij ervaart de cliënt meer gezag in zijn eigen herstel. De gedachte is: wanneer je mensen zelf de regie in handen geeft in samenspraak met hun sociale omgeving, ervaren ze meer onafhankelijkheid, nemen ze meer verantwoordelijkheid en worden ze actiever. Wanneer je iemand leert zelf zijn hulpvragen op te pakken met zijn omgeving kun je als regie-ondersteuner meer naar de achtergrond treden en ben je op een gegeven moment misschien niet meer nodig. Het netwerk van de cliënt heeft bovendien mogelijk de potentie om, anders dan de professionele hulpverlening, te zorgen voor continuïteit en duurzame ondersteuning.  

De uitdaging ligt hem vaak in het omgaan met de dynamiek en de weerstand binnen het systeem van de cliënt. Het netwerk is niet in alle gevallen constructief of het niet altijd eens met de doelen van de cliënt. Ook kan er sprake zijn van weinig motivatie of ziekte-inzicht bij de cliënt. Daarbij is een netwerk vaak langdurig overvraagd of kan er sprake zijn van overbelaste mantelzorgers. Juist daar kunnen resourcegroepen, vanwege de gestructureerde benadering, een uitkomst bieden. Het vergt een scherpe, doortastende houding van de regie-ondersteuner. Reflectieve vaardigheden, zelfinzicht, geduld en doorzettend vermogen zijn belangrijke vaardigheden. Dat vraagt wat van medewerkers, niet iedereen is er geschikt voor.

Crisis

Bij in ieder geval één casus is de cliënt gedurende het traject in crisis gekomen. Interessante in deze casus was dat het eigen netwerk direct goed betrokken was en de cliënt kon blijven ondersteunen ondanks de crisis.

Gebruik Whatsapp

Veel resourcegroepen gebruiken whatsapp als communicatiemiddel. Hierin wordt met elkaar gecommuniceerd over de praktische zaken rondom de ondersteuning van de cliënt. Het vraagt wel goede afspraken over wat wel en wat niet per whatsapp-groep wordt gecommuniceerd.

Procesvoortgang: het lukt veel vaker dan gedacht

·       In 77% lukt het om het informele netwerk van de cliënt te betrekken bij zijn herstel

·       In 66% van de casussen zijn er resourcegroepen gevormd

·       In 64% van de gevallen heeft het informele netwerk een vraag van de cliënt kunnen oppakken

o   Vaak zijn dit taken van praktische aard

Inzet en tijdsinvestering

·       Gemiddeld zijn de regie-ondersteuners 8 tot 15 uur bezig met het vormen van een resourcegroep.

o   Dit varieert sterk per cliënt. Bij sommige cliënten (met name complexe GGZ problematiek) duurt het langer (gemiddeld zo’n 20 tot 30 uur). Dit beeld wordt ook gezien bij het onderzoek van het Trimbos instituut.

·       Gemiddeld kost het vormen van een resourcegroep meer tijd in het begin van het traject. 70% van de regie-ondersteuners geeft echter aan dat het op den duur tijdswinst oplevert.